Ik heb het altijd al een gezellige boel gevonden, die Fin de Saisons van Kalliope. Aan de hoeveelste editie men ondertussen toe is, vergeef het me, ik ben de tel al kwijt. Geheugen en ouder worden. Zoiets? Wel weet ik nog dat het begon in een achtertuintje van een Begijnhof met als voorgerecht onder meer Italiaanse Salade, geserveerd in een kerk. Kalliope is altijd al een bijzonder toegewijd koor geweest. En maagdelijk ook. De keuze voor de kerk was dan ook al even evident als de gestelde vraag welk werk van barmhartigheid er nu juist eerst vervuld zou moeten worden die middag.

Ook ik had een vraag, die in de toekomst nog veel zou weerklinken: “Waar zijn de kindjes?”. Het kinderkoor bestond nog niet helemaal of ik mocht al zoeken waar het uithing. Maar het duurde niet lang voor we elkaar vonden, vooral ook in het plezier van het samen zingen. Annelies begeleidde die allereerste repetitie op gitaar, ik op teenslippers. Een piano hadden we voor het kinderkoor toen nog niet en op teenslippers dans ik gemakkelijker. Maar dat is in dit verhaal bezwaarlijk nog terzake te noemen en bovendien droeg ik op de Fin de Saison in juni laatstleden wel al schoenen. Want na minstens 3 jaar hard werken, kan een muzikant zich die stilaan beginnen veroorloven.

Het was op deze laatste editie dat ik zag hoe groot de Fin de Saison ondertussen geworden is. Aan de identiteit is men echter altijd trouw gebleven: Gezelligheid troef en nadat men daar vorig jaar één keer was van afgeweken, dit jaar het concertgedeelte terug in een religieus gebouw. Een kapel deze keer. Geen kerk. Crisis voor iedereen. Zeer begrijpelijk. En ook geen Begijnhof, wel een school als decor. Niet slecht bekeken, denk ik dan. Ik weet immers dat er onder de Kalliopezen meer dan een paar leerkracht zijn en ook dat die zich in juni traditioneel overladen zien met examen- en verbeterwerk allerhande. Handig om dan op een vrije zondag zoveel volk in een school te hebben rondlopen, toch?

Ik mocht mijn rode balpen evenwel thuislaten, als ik mijn piano meebracht voor onze begeleidster Ilse Dezutter. Praktisch gezien maakt dit amper verschil uit: Mijn piano gaat even gemakkelijk als eender welke balpen in de grootste uit de Mercedes-stal, de E-klasse Premium 250 CDI Break van de papa van Pierre-Louis – voor wie dat iets zegt. De auto dan. Niet de papa. Die heet trouwens Jan. En dat we dat allemaal die zondagmorgen konden vaststellen al om 9u! Absoluut geen katholiek uur voor een muzikant eigenlijk. Kalliope zal eventjes niet in zijn normale doen geweest zijn, toen, bij de organisatie. Maar me daar verder vragen bij stellen, bleek mogelijk noch zinnig op dat uur.

Nog geen half uur later was ik op echter slag klaarwakker, willen of niet. Ik weet nog steeds niet goed of ik het benijd dan wel te gek voor woorden vind en ik weet ook niet hoe kinderen het in hemelsnaam doen. Maar gewoonlijk rond 7u springen die ogen open en dat lijf vrolijk uit dat bed, op de één of andere manier abrupt klaar voor de nieuwe dag. Zelf heb ik daartoe eerst een uitvoerige interactie nodig met George Clooney, wie anders? Zonder kan ik al zeker geen 20 Kids aan. Maar tijd om weg te dromen over dat perfecte kopje koffie was er niet. Daar waren de Kids. De genadeloos wakkere en gedreven Kids…

Onze deelname aan het gymgala ‘Najada’ te Deinze is naast Kontich een belangrijk hoogtepunt geweest in het voorbije werkjaar. Willem-Jan Slaats componeerde de muziek van deze show op het lijf van het kinderkoor maar vergat ogenschijnlijk om het ons daarbij gemakkelijk te maken. Zo moesten de eerste 2 strofes van het Dies Irea herhaaldelijk weerklinken tijdens de show, in het originele Latijn dan nog! Maar de KallioKids hadden de uitdaging resoluut aangenomen: Het Dies Irea kreeg een eigen leven met de historie van David en diens vrouw Sybilla, Regi en zijn zwangere vrouw Pulchra, een strijd om de troon, een spar in de natuur en 3 tuba’s waarvan we eigenlijk nog steeds niet goed weten wat die in het verhaal komen doen. En dan maar wedstrijdjes drammen houden, Kids versus dirigent. Het resultaat van het wedstrijdje nu? 3-0! Terecht feest in het koor, afgaan voor de dirigent…

Op het concert was van afgaan geen sprake! De Kids zongen betoverend mooi en het was tijdens een van de Najadamelodieën – overigens bijzonder stemmig met vocalise gedrapeerd door gelegenheidssoliste Annelies – dat me weerom die grote dankbaarheid trof die me vaak overvalt als ik met de Kids doende ben. Ik word geregeld bedankt door ouders voor wat ik met de kinderen doe. Maar wat een eer is het niet om op een bladzijde te mogen schrijven in hun levensboek – in blauw of rood of eender welke kleur? Mijn hart jubelt als een achtjarig zangertje mij aan het begin van een repetitie komt vragen of het nu Mors Stuupebit of Mors Stoepebit was, het vroeg het zich al de hele week af. Opstaan en gaan slapen met koor. En van jongs af aan, kijk eens aan.

Zelf heb ik dergelijke goeste in koor van Kalliope meegekregen. Van datzelfde Kalliope dat tijdens deze Fin de Saison verrassend uit de hoek kwam met muziek van Bach tot Nees. Helemaal geen evidente keuze nochtans, die Bach. Niet voor een koor als Kalliope en al helemaal niet als het op de H-moll messe aankomt. Maar de typische frisheid eigen aan Kalliope en die nu ook weerklonk in die paar welgekozen proevertjes bij wijze van voorsmaakje aan het publiek geserveerd, verraadt de bijzonder hoge muzikale kwaliteit waarmee het koor straks met dit integraalproject op het podium zal staan. Om naar uit te kijken dus!

Onder het aperitief op deze alweer zeer gezellige editie van Kalliope’s barbecue werd besloten hoezeer moeder- en dochterkoor wel op elkaar lijken: steeds laaiend enthousiast, voortdurend strevend naar kwaliteit en geen uitdaging is te groot. Er is het gezegde van de appel en de boom. Als Kalliope de boom is en de Kids de appel, dan vraag ik me soms af wat mijn plaats is en kan zijn in dat verhaal. Maar ver moet ik daar eigenlijk niet naar zoeken: Ik ben zelf een appel. En ik doe niets meer dan een andere appel van diezelfde boom opvangen en hem af en toe wat opblinken. En ik hoop dat nog jaren te mogen blijven doen. Maar wat mij betreft dan toch liefst niet zonder slippers. En met George.

Wouter Dubois