Een Kalliope-koorweekend hengelt dikwijls naar de status van een “grand cru classé” als het aankomt op algemene waardering. Ook deze keer was het een schot in de roos.

De ingrediënten van zo’n weekenddegustatie worden vooraf zorgvuldig uitgekiend door een handvol “bonae voluntatis” (maar het moet gezegd dat er altijd veel assistentie is voor het creatief opvullen van de vrije tijd en het even creatief leegmaken van de afwasbak).

Ten eerste heb je een goede bodem nodig met een mild klimaat. Kalliope heeft zo’n lapje gevonden in het landelijke Russeignies, net over de taalgrens. Je ziet en hoort (vooràl dat laatste) hier nog steeds meer tweevoeters dan vierwielers.

De parel blijkt echt wel goed verborgen, want jaarlijks bijt menig GPS er zijn tanden op stuk. Ziehier alvast een plannetje voor de volgende editie:

Routebeschrijving

PS er waren wel degelijk enkele dappere Kalliopezen die dit hele traject fietsend hebben afgelegd. Zingen is topsport. En zelfs de allerkleinste aanwezigen pikten de draad op.

En dan het grote werk. Een rijpe onderlaag van ervaren koorleden (een andere naam is “oude rotten”, maar die term mag ik van mijn dirigent niet gebruiken) wordt verrijkt met jong talent (uit eerste persing) en een vleugje “mazzeltof”. Twee ochtenden naeen voldoende masseren en stretchen en als alles op de juiste temperatuur is, komt de godendrank er vanzelf uit – ik heb het nu over de h-Moll Messe van Bach.

Een leek ziet dan het stereotype beeld van stug kijkende musici, die gekleed in smoking muziek spelen van componisten die al meer dan driehonderd jaar dood zijn.

Maar wij hebben de afgelopen maanden Bach leren proeven en smaken, en ontdekt dat zijn werk vol zit met fantastische melodische lijnen die dag en nacht in je hoofd blijven hangen. Stug staat niet in ons weekendwoordenboek, lachen des te meer.

(En wij repeteren op crocs.)

Evengoed, zoals Vic Nees minzaam placht te zeggen: een ontluikende componist van eigen bodem verdient ook een klankbord en Kalliope heeft daar sinds jaar en dag het voortouw in genomen. Er was dus ook tijd om een stukje close harmony te verkennen uit eigen boezem.

Spijs en drank spelen een hoofdrol in een succesvol intensief repetitieweekend. Christine en Piet schotelden ons kakelverse en gezonde kost voor, en dat is maar goed ook, want zelf diepten we meestal de andere kant van de voedingdriehoek op uit onze bagage: alles wat begint met choco is doorgaans populair, zeker als het eindigt op –toffs of –pasta.

Finaal: wie het in zijn vingers heeft, doet het. Iemand die met een onblusbaar elan uit al deze ingrediënten de fraaie grand cru kan distilleren. Die onze kleine “identiteitscrisisjes” in de repetities kan relativeren (zoals wanneer wij middenin de h-Moll Messe plots gingen zingen van “I love coffee, I love tea”). Iemand die met een frisse geest na 40 jaar nog steeds zelf nieuwe dingen ontdekt in die respectabele Bachpartituur (confiteor …kukelekuuu!)…

 

Voilà, het heeft gesmaakt. We kijken al uit naar de volgende editie.

Sandrine