Er zijn van die momenten dat het leven absurd heerlijk uit de hoek kan komen. De laatste weken heeft Kalliope er rijkelijk geoogst.

Eind oktober werden we plots vriendelijk doch dringend gevraagd voor een gastoptreden in Nijvel. Dat zou plaatsvinden… exact… 2 (!) weken later, in de laatste rechte lijn naar onze “thuisconcerten”.

Van een timing gesproken! Maar dergelijke uitdagingen zijn gewoon te lekker om te laten liggen, toch voor een roedel bijtgrage wolfjes als Kalliope. Er kwam een snelcursus aan te pas: “in 1 stap van een zichtlezing naar een geurendeconcertuitvoering”, en zelfs de schaarse minuten repetitie ter plaatse met het multinationaal strijkersensemble en de solisten kregen we niet zomaar op een presenteerblaadje. Na de doortocht van een legertje lawaaierige bouwvakkers, ontplofte het kerkorgel in een bombarie waar the Phantom of the Opera bleek zou bij wegtrekken. Nu, dergelijke prikkels plegen Kalliope veeleer aan te porren dan te hinderen. Sabine denkt dan: “Smijt maar kapot, we zijn daar opnieuw en op dubbele sterkte”. Het werden uiteindelijk twee gave prestaties op de catwalk in Nijvel. Met dank aan de harmonieuze werken van onze Vlaamse componist Alain De Ley.

We schrijven één week verder. Een concertweekend met op de affiche het SeligeRequiem van Brahms doet iedere rechtgeaarde zanger watertanden. Vooreerst omdat er weinig rouw aan te pas komt. Brahms roept in zijn meesterwerk talloze emoties op: gaande van zaligheid, vertrouwen en hoop, over verering en tedere troost, tot aan de triomf over de duisternis, om te eindigen waar het begon: met zaligheid. Zeven weldadige gevoelens in even zoveel delen van zijn Requiem.

In dat opzicht mocht het waardig geflankeerd worden door een bijzondere compositie van eigen bodem: de Missa pro Vivis van Alain De Ley. Een ode aan ieder die geconfronteerd wordt met het doembeeld van een nakende dood, maar toch terugvecht, voor het leven kiest, en wint.

Aan deze affiche werd nog een pareltje van eigen kweek toegevoegd: de première van In Flanders Fields, gecomponeerd door Nicolas De Cock. Ter gelegenheid van onze concerten leerden beide componisten mekaar kennen, waarbij het werk van de ene belandde in de concertprogrammatie van de andere… Over een vruchtbare Vlaamse bodem gesproken.

Wat was er dan nog zo “absurd heerlijk”? Heel simpel: tijdens een van de concerten viel het licht uit. Grondig uit. Zelfs het altijd lichtende kopje van onze dirigent was niet meer waar te nemen. Maar aangezien we helemaal gemarineerd waren in de gevoelens van vertrouwen en veerkracht, deerde de duisternis ons niet – in sommige contreien zijn wolfjes nachtdieren, toch?

Eens te meer blijkt: Plus est en vous… We bleven naadloos doorgaan op de thermiek. Waarschijnlijk keek zelfs Brahms vanuit zijn liebliche Wohnungglimlachend op ons neer.

Het is dat het licht weer aanging na een paar minuten, we zullen dus nooit weten hoe ver we zouden geraakt zijn. Enkele enthousiaste koorleden hebben intussen al een suggestie voor de toekomst: een “schemerconcert”.

Blijf ons volgen!

(Sandrine)